Vrij­heid en Ver­bon­den­heid
'Hier run­nen we ons ei­gen win­kel­tje', zegt Aaf­ke Veld­man (35), Me­disch Beeld­vor­mings- en Be­stra­lings­des­kun­di­ge bij Be­vol­kings­on­der­zoek Noord en moe­der van twee kin­de­ren. Een ge­sprek over voor­oor­de­len, vrij­heid en ver­bon­den­heid.

On­ge­veer een jaar ge­le­den zeg­de Aaf­ke haar baan als MB­B'er bij een streek­zie­ken­huis op en ging als MB­B'er wer­ken in de borst­kan­ker scree­ning. Met een kop kof­fie in de hand zit ze ont­span­nen in de per­so­neels­ruim­te van het mo­biel on­der­zoeks­cen­trum, in de volks­mond ook wel 'bus' ge­noemd. Een stel ge­zel­li­ge, vlot­te col­le­ga's zit­ten naast haar. Er wordt ge­spro­ken over hoe zij hun werk be­le­ven, over bij­zon­de­re mo­men­ten met cli­ën­ten en het ma­ken van dé bes­te mam­mo­gra­fie. De sfeer: open en re­laxed.

'Is dit hoe het er hier al­tijd aan toe­gaat?' Ze knikt. 'Vaak wel. We wer­ken met zijn drie­ën in een bus en run­nen dus ons ei­gen win­kel­tje. 's Och­tends om kwart over acht stap ik hier bin­nen, dan we­ten we wie er die dag voor een on­der­zoek komt en om half vijf slui­ten we al­les af. Je weet pre­cies waar je aan toe bent. Dat was heel an­ders toen ik nog in het zie­ken­huis werk­te. Ik had daar met meer men­sen re­ke­ning te hou­den. Er werd van me ver­wacht dat ik nieu­we pa­ti­ën­ten er nog wel even tus­sen­door kon schui­ven in de agen­da. Daar­door liep het vaak uit, kwam er veel stress bij kij­ken en werk­te ik vaak lan­ger door wan­neer dat no­dig was. In het be­gin van mijn car­ri­è­re vond ik dat leuk, maar toen ik kin­de­ren kreeg werd het las­tig. Voor­al de com­bi­na­tie van het wer­ken met nacht- en week­end­dien­sten en het ge­ven van borst­voe­ding was on­pret­tig. Ik merk­te na de over­stap al snel dat mijn he­le ge­zin baat heeft bij mijn car­ri­è­res­witch', zegt ze ter­wijl ze haar kop­je kof­fie neer­zet.

Vrij­heid
'Heb je ge­twij­feld om de stap naar het be­vol­kings­on­der­zoek te ma­ken?' Ze denkt even na. 'Ja, want er be­staan veel voor­oor­de­len over dit werk. Zo wordt er ge­zegd dat het een leu­ke stap is wan­neer je aan het ein­de van je car­ri­è­re bent ge­ko­men, dat het lo­pen­de band werk is en je gaat er ook nog eens een sa­la­ris­schaal op ach­ter­uit ten op­zich­te van wer­ken in een zie­ken­huis. Maar dat ble­ken aan­na­mes te zijn. Het is juist heer­lijk om dit werk te com­bi­ne­ren met een jong ge­zin, want het is thuis ­–met de zorg voor twee klei­ne kin­de­ren– al hec­tisch ge­noeg. En ener­zijds klopt het wel dat je hier meer cli­ën­ten op een dag ziet dan in het zie­ken­huis, maar het zijn men­sen die niet in eer­ste aan­leg al ziek zijn of waar een ver­den­king van is dat ze ziek zijn. Dat brengt zo­wel bij mij als bij de cli­ënt een an­de­re mind­set met zich mee. Vroe­ger kon ik be­hoor­lijk van slag zijn als ik die dag meer­de­re he­le zie­ke pa­ti­ën­ten had on­der­zocht. Als ie­mand nu toch ziek blijkt te zijn, ben ik er in een vroeg sta­di­um bij ge­weest. De mees­te cli­ën­ten zijn ons erg dank­baar, om­dat zij daar­door meer kans op ge­ne­zing van borst­kan­ker heb­ben. De groot­ste twij­fel was dat ik er­op ach­ter­uit zou gaan in sa­la­ris. Maar daar staat te­gen­over dat ik door dit werk een veel even­wich­ti­ger mens ben ge­wor­den én een be­drijf heb kun­nen op­star­ten. Iets wat ik al­tijd al wil­de', lacht ze. 'Ik heb er dus veel vrij­heid voor te­rug­ge­kre­gen.'

Hui­se­lijk­heid
'Hoe be­valt de werk­om­ge­ving?' Ze kijkt om haar heen. 'Het is hui­se­lijk. Bij­na knus. En wat ik fijn vind is dat ik door het wer­ken in zo'n bus ook in een klein team werk. Je kent el­kaar door en door, wat er­voor zorgt dat we goed op el­kaar zijn in­ge­speeld. We rou­le­ren el­ke paar uur in on­ze rol. De ene keer ont­vang je cli­ën­ten aan de ba­lie en een paar uur la­ter maak je de fo­to's. Die ver­bon­den­heid met el­kaar vind ik heel pret­tig. Al­le voor­de­len die dit werk biedt, zijn een op­tel­som ge­wor­den die nog be­ter heeft uit­ge­pakt dan ik van te­vo­ren had kun­nen ver­moe­den.'